De Toonhermansschool

Jenaplanschool

Peter Petersen, een Duits opvoedkundige, ontwikkelde in de stad Jena zijn onderwijssysteem. Zijn uitgangspunten zijn in een twintigtal basisprincipes omschreven. Deze 20 basisprincipes kunt u achterin lezen. Zijn belangrijkste uitgangspunt is, dat ieder kind uniek is.
Elk kind heeft zijn eigen mogelijkheden en kwaliteiten. Maar elk kind wil ook altijd iets “samen” doen. Om aan dit "unieke" en dat “samen” tegemoet te komen, zijn er vier vormen die elkaar ritmisch afwisselen. Samen praten, samen werken, samen vieren en samen spelen. Binnen Jenaplanscholen is wereldoriëntatie het “hart van het onderwijs”. De omgeving van de kinderen is belangrijk om te leren kennen en te ontdekken.

Samen praten

In iedere stamgroep is een vaste kring van lage banken in het lokaal. Meerdere keren per dag komen de kinderen in de kring bij elkaar voor verschillende activiteiten, instructies en kringen. Vertelkring Hierin vertellen kinderen over persoonlijke ervaringen.
Taalkring Aan de hand van gedichten, liedjes en verhalen of verschillende taalactiviteiten wordt de taalschat uitgebreid.
Katechesekring Naar aanleiding van een thema wordt gesproken over wat de kinderen bezighoudt of waarover het in Bijbelverhalen gaat.
Spreekbeurtkring Eén of meer kinderen vertellen iets over een onderwerp. De rest luistert en kan na afloop vragen stellen.
Gedichtenkring Een kind bereidt een gedichtje voor en draagt dit voor in de kring.
Leeskring Eén of meer kinderen vertellen iets over hun boek en lezen er een stukje uit voor. Ook hierover worden vragen gesteld.
Krantenkring In de bovenbouw brengen kinderen een krantenartikel mee, waar ze iets over vertellen. Dan volgt een discussie.
Verslagkring Een groepje kinderen vertelt over het project waar ze samen aan gewerkt hebben.
Fruitkring Na het buiten spelen, eten of drinken de kinderen iets gezonds. Er wordt altijd voorgelezen uit een voorleesboek. Soms worden zaken besproken met de kinderen die met de groep te maken hebben. 

Samen werken

Na de kring gaan de kinderen aan het werk. Dat werk moet eerst worden uitgelegd. In de onderbouw wordt in de kring besproken welke activiteiten de verschillende groepjes gaan doen. Ze weten dan met wie ze welk werk gaan doen. In de midden- en bovenbouw schrijven de kinderen op hun dagtaak of weektaak welke opdrachten ze moeten maken. Daarmee kunnen ze aan de slag. De leerkracht geeft vervolgens in de kleine kring uitleg aan aparte instructiegroepjes. Tegelijkertijd wordt in de stamgroep gewerkt door de overige klasgenoten. In welke volgorde de taken gemaakt worden is niet zo belangrijk, als je er maar voor zorgt je aan de afgesproken tijd te houden. In het begin zal er, vooral voor de jongsten, veel begeleiding van de stamgroepleider moeten zijn om werk te leren plannen.

Samen spelen

Door samen te spelen, leren kinderen beter omgaan met elkaar en met zichzelf. Je leert rekening te houden met een ander, afspraken maken, tegen je verlies te kunnen, je te verplaatsen in een ander en om te gaan met de ruimte. Er zijn verschillende vormen van samen spelen zoals de gym of spelles, het buiten spelen op het plein, het samen spelen in rollenspelen (dramalessen) en in de midden- en bovenbouw het spelen tijdens keuzewerk. In het ritmisch weekplan wisselen inspanning en ontspanning zich af. Tijdens keuzewerk mogen kinderen kiezen wat ze gaan doen. Kinderen kunnen kiezen voor gezelschapsspelletjes, tekenen, computeren, dansen, toneel spelen, lezen, techniek of er wordt werk afgemaakt. Keuzewerk vindt vaak op vrijdagmiddag plaats.

Samen vieren

Regelmatig is er een weeksluiting op vrijdagmiddag. Kinderen geven zelf zoveel mogelijk invulling aan de viering. Ze kunnen kiezen of ze mee willen doen in een open viering. Of de viering wordt voorbereid door één van de stamgroepen in een stamgroepviering. In de vorm van verhalen, versjes, dansjes of toneelstukjes wordt er verteld over wat hen in deze tijd heeft beziggehouden. De verjaardagen van de stamgroepleiders worden per bouw gevierd. Daarnaast zijn er vieringen voor Kerstmis, Pasen, Carnaval en Sinterklaas. Ook de verjaardag van de kinderen wordt gevierd, maar dat gebeurt in de stamgroep.
Wereldoriëntatie als hart van het onderwijs
Tijdens wereldoriëntatie, een belangrijk vormingsgebied in de Jenaplanschool, komen deze vier onderdelen ook steeds aan de orde. De kinderen zijn samen bezig aan een thema dat te maken heeft met aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, natuurkunde, techniek, verkeer, burgerschapsvorming of kunst en cultuur. Ze zoeken dingen op in het documentatiecentrum of op internet, stellen vragen aan allerlei mensen en instanties. Er worden bedrijven of instanties bezocht in de omgeving. Ze experimenteren met verschillende materialen. Kortom ze zijn wekelijks ontdekkend en onderzoekend bezig, meestal in de vorm van projecten. Tweemaal per jaar werken we met alle kinderen in de hele school aan hetzelfde thema in een projectweek.